Rotterdam wil de uitstoot van CO2 met 50% verminderen in 2025 ten opzichte van 1990, dit geldt tevens voor de gebouwde omgeving. Dat is niet eenvoudig en vergt een vergaande beïnvloeding van allerlei processen in de stad. De stad moet als het ware opnieuw uitgevonden worden; 're-inventing Rotterdam'.
Met een optimaal gebruik van het warmtenet, warmte en koude energie-uitwisseling, energie besparen in bestaande bouw en investeren in energiezuinige nieuwbouw is veel winst te behalen voor CO2-reductie. Maar er is meer nodig. Bij ruimtelijke processen moeten klimaat en energie vanaf het eerste moment hoog op de agenda staan.
Bij energiebesparing gaat het niet alleen om minder CO2-uitstoot maar ook om economische aspecten. Denk daarbij aan werkgelegenheid, betaalbaarheid en de zekerheid dat duurzame energie op de lange termijn daadwerkelijk geleverd kan worden. Daarnaast moet bij de inzet van duurzame energie en dan met name bij het gebruik van biomassa, altijd rekening worden gehouden met de lokale luchtkwaliteit. Rotterdam wil behalve een schone ook een economisch sterke stad zijn. Daarom benutten we de kansen die verduurzaming biedt.
Acties
In september 2010 worden de resultaten van het convenant Duurzaam Ontwikkelen uit 2008 opnieuw gemeten. Het resultaat moet zijn dat in elk deel van de levenscyclus van een gebouw - van plan en ontwerp via bouw- en gebruiksfase tot en met de sloop - aandacht is voor reductie van de CO2-uitstoot. Vanaf 2009 wordt zo een kwart van de CO2-uitstoot bespaard en vanaf 2011 al de helft.
De kern van de Rotterdamse Energie Aanpak (REAP) is het benutten van afvalstromen van energie. Op veel plaatsen zoals zwembaden is behoefte aan warmte terwijl op andere plaatsen juist veel warmte verloren gaat (zoals bij een ijsbaan of supermarkten). Vraag en aanbod worden met deze aanpak binnen een gebied aan elkaar verbonden. De methode is overal toe te passen en modelmatig toegepast in het project ‘Hart van Zuid’. In 2010 wordt het in praktijk gebracht in de ontwikkeling van het Stadionpark en de Stadshavens, om zoveel mogelijk energie te besparen.
VIP-gebieden
Het Rotterdamse havengebied staat aan het begin van een metamorfose. Zowel aan de rechter als de linker Maasoever gaan de havens de komende decennia drastisch veranderen tot een gebied waar wonen en werken samen gaan: Stadshavens. De havens die dicht bij de stad liggen worden ontwikkeld tot duurzame, innovatieve en moderne werk- en woonomgevingen. In de Stadshavens worden tot 2040 onder meer zo’n 13.000-klimaatbestendige woningen gebouwd, waarvan ca. 1.200 op het water. Bij de bouw worden duurzame materialen gebruikt. De bedoeling is dat de Stadshavens als geheel energieneutraal worden.
Voor het nieuw te ontwikkelen Stadionpark zijn diverse thema’s benoemd die in de duurzame ontwikkeling uitgewerkt worden. De prioriteit ligt bij energie, een optimaal watersysteem en duurzame mobiliteit. Dit uit zich onder andere in energiezuinige maatregelen in gebouwen en woningen, een klimaatbestendig watersysteem, goed openbaar vervoer en onderzoek naar de mogelijkheden voor elektrisch vervoer.
Rotterdam Central District, het gebied rond het Centraal Station, kenmerkt zich door duurzaam materiaalgebruik, energieverbruik, restwarmte, koude- en warmteopslag en collectieve afvalinzameling en –transport.
Rotterdam werkt aan de wijk Hoboken. De wijk wordt aantrekkelijk voor jonge wetenschappers en kunstenaars maar is bovenal duurzaam. Dat betekent duurzame architectuur, een groene buitenruimte met parken en onder meer 12.500 m2 groen dak op het Erasmus MC. In 2030 is Hoboken de buitenplaats in de binnenstad van Rotterdam.
Om duurzaamheid breed op te pakken en ook toe te passen in de binnenstad is een regiegroep duurzame binnenstad opgericht. Dit is een samenwerking tussen verschillende gemeentelijke organisaties. Inzet is een uitvoeringsprogramma voor de binnenstad. Zo wordt gewaarborgd dat elementen als duurzame mobiliteit en elektriciteit, het opwekken van duurzame energie en een groene leefomgeving, ook daadwerkelijk worden toegepast.
Zie ook Central District.